zaterdag 31 december 2011

Gods rijke en onmisbare zegen voor een ieder die hier komt

Het jaar is om en daarmee is er een einde gekomen aan deze site met gedachten en gedichten nav. de stukjes uit de agenda van Max Lucado.
Ik laat deze site wel intact, zo kun je er gewoon nog eens komen en teruglezen.

Maar misschien komen er ook nog wel mensen voor het eerst, en dan is mijn gebed dat zij gezegend mogen worden door deze site.

Ik stop echter niet met schrijven van wekelijkse stukjes en gedichten; ik ga alleen ergens anders verder.
Per 1 januari start ik op ‘In rust met U’ met gedachten, gebeden en gedichten bij de kalender van Beth Moore.
Op deze site vindt je ook alle informatie over deze kalender en de schrijfster.


Nu rest mij alleen nog om mijn dank uit te spreken naar mijn Heer en Heiland van wie ik door dit alles heen zoveel heb geleerd.
Ik dank Hem voor Zijn hulp bij alle stukjes en gedichtjes.
Ik dank Hem voor de woorden die Hij gaf.
Ik dank Hem voor Zijn geduld.
Ik dank Hem voor Zijn trouw en liefde.
Ik dank Hem voor …
Hem alleen komt toe alle lof en eer.


Ik hou van U, Heer en ik prijs Uw Naam.

- Amen –





Dat Zijn Licht je pad zal beschijnen;
je de weg wijst die je mag gaan.
 
Dat Zijn liefde je zal verwarmen;
je in Zijn gloed naast de ander mag staan.
 
Zijn vreugde je kracht zal zijn;
bij alles wat je hoort en ziet.
 
Dat Zijn vrede je zal omarmen;
ook in momenten van verdriet.

Dat Zijn engelenwacht rondom je is;
je beschermen zal, de gehele tijd.

Dat je steeds opnieuw zullen ervaren;
het is God die mij leidt.

- Amen -


Een liefvolle groet en tot ziens op 'In rust met U'
                                                                                   
                          Rita Klapwijk

zondag 25 december 2011

Week 52 - Jouw plannen of Gods plannen

Dit is het laatste stukje nav. het stukje uit de agenda van Max Lucado.
Het is ook de laatste week van dit jaar.
Opnieuw is er een jaar voorbij en staan we aan de vooravond van een nieuw jaar.
Een nieuw jaar met nieuwe kansen en mogelijkheden.
Vaak maken mensen allerlei goede voornemens die ze vast van plan zijn om uit te voeren.
Allerlei plannen worden gemaakt, maar velen blijven liggen of worden snel vergeten, of ze blijken niet haalbaar.

Misschien is het goed om jezelf eens af te vragen: ‘Heeft God deze plannen, voornemens in mijn hart gelegd of zijn ze van mijzelf?
Wat vraag God van mij?
Wat zou Hij willen?’


Jozef koos ervoor om Gods plan te volgen voor die van hemzelf.
Als zijn verloofde zwanger blijkt te zijn, dan wil hij haar stilletjes verlaten.
Dit zegt al iets over hem, over zijn karakter.
Hij wil Maria niet in opspraak brengen, hij wil zijn gram niet halen omdat zij zwanger blijkt te zijn van een ander, nee, hij is een rechtschapen man, zegt de Bijbel en hij wil in stilte van haar scheiden.
Maar als God dan in een droom naar hem toekomt en hem verteld wat Zijn plannen zijn, dan kies Jozef ervoor om zijn eigen plannen te laten schieten en om Gods plan te volgen.
Jozef vindt Gods plannen belangrijker dan die van hemzelf.


En wij?
Het is goed om, als je goede voornemens heb, plannen hebt gemaakt voor het komende nieuwe jaar, ze eerst bij God te brengen en aan Hem te vragen: ‘Heer, maar wat is Uw wil?’
Leg alles aan Hem voor en volg Zijn plan, dan kom je nooit bedrogen uit en zullen je plannen lukken.


Leg je leven in zijn handen,
vertrouw op hem,
hij stelt je niet teleur.


Psalm 37:5





Heer, aan de vooravond
van het nieuwe jaar,
wil ik bij U komen
en al mijn plannen en voornemens
in Uw handen leggen.
Leidt mij, Heer,
laat mij zien
wat Uw wil is voor mijn leven.
U wil ik dienen
en in alles volgen;
Uw wil verlang ik te doen,
Uw wegen wil ik gaan.
Dank U,
dat ik daarin mag weten:
U zult mij niet verlaten,
noch begeven.


©Rita Klapwijk

zondag 18 december 2011

Week 51 - Wat heb jij?

Deze week somt Max Lucado even op wat een paar grote namen uit de Bijbel hadden om God te dienen en hij eindigt met de vraag: ‘Wat heb jij?’
Als men mij deze vraag een paar jaar geleden had gesteld, dan had ik zeker gezegd: ‘Ik heb niets, helemaal niets.’’
Wat, ik zou deze bladzijde gauw hebben omgeslagen en er niet meer naar kijken; simpelweg om ook maar niet over die vraag te hoeven nadenken, laat staan er antwoord op te geven.
Nu, een paar jaar verder kan ik zeggen: ‘Rita heeft een pen.’

Misschien denk jij wel hetzelfde als ik een paar jaar geleden.
Misschien wil jij wel hetzelfde doen als ik toen zou doen, gauw dit stukje wegklikken, of, als je deze agenda heb, hem dubbel doen, zodat je maar niet tegen deze vraag hoeft aan te kijken en er zo ook geen antwoord op hoef te geven.
En toch …


Ook jij heb van God iets gekregen om te gebruiken in Zijn dienst.
Als we kijken naar het lijstje wat Lucado noemt, dan zijn het totaal geen grote, bijzondere dingen die deze mensen hadden.
Een staf, een slinger, een koord, olie, een naald.
Het zijn doodgewone dingen, maar die door God werden gebruikt en gemaakt tot iets bijzonders.
Al jaren houd ik van schrijven, maar ik wist nooit wat en dan schreef ik maar wat over.
Op een gegeven moment heb ik schoorvoetend mijn eerste gedicht geschreven en af en toe nog eens wat, maar het is pas sinds ik mijn leven en daarmee ook mijn pen in zijn handen heb gelegd en gezegd heb: ‘Heer, breng U maar op mijn weg wat Uw wil is en ik zal het doen’, dat er een keer is gekomen in mijn leven en ik aan het lijstje durf toe te voegen: Rita heeft een pen.


Misschien houdt jij van koken of bakken en bemoedig jij iemand met een taart, een lekker brood, of een maaltijd, dan zou het volgende aan het lijstje kunnen worden toegevoegd: ‘Jannie heeft een pan of Eva heeft meel’.
Misschien houdt jij van zingen, dan zou het volgende aan het lijstje kunnen worden toegevoegd: Christel heeft een stem.
Misschien kun je helemaal of bijna niets (meer), omdat je ziek bent of gehandicapt, maar kun je wel bidden.
Dan zou het volgende aan het lijstje kunnen worden toegevoegd: ‘Elsbeth doet voorbede.’


Ja, ik geloof met heel mijn hart dat er zo van een ieder van ons iets opgeschreven kan worden, als wij maar bereid zijn om het in Zijn handen terug te leggen.
Dan zal Hij het maken tot iets bijzonders.
Dan wordt een staf een slang, een slinger een reuzendoder; een bot een overwinningsinstrument; een koord een ontsnappingsroute; de olie van Maria de voorbereiding op Jezus begrafenis, een pan een maaltijd, meel een brood, een stem een bemoediging, voorbede redding, bevrijding, genezing …






Leg wat je heb
in de handen van de Vader;
hoe klein en onbelangrijk
het in jouw ogen ook lijkt.
In Zijn handen
is het bruikbaar
omdat Hij het met
Zijn zegen  verrijkt.


Leg wat je heb
in de handen van de Vader;
niets is ooit te min
of te klein.
Al wat Hij vraagt
is jouw bereidheid 
om voor Hem
dienstbaar te zijn.


©Rita Klapwijk

zondag 11 december 2011

Week 50 - Hoop

Hoop heeft eigenlijk meerdere betekenissen.
Voor velen is hoop een onzekere verwachting; ik hoop maar dat het goed zal komen.
Met andere woorden: ik weet het niet zeker.
Vaak heeft het woordje hoop daardoor een negatieve klank.
En dat is heel jammer, want juist als kind van God hebben wij hoop en dan Hoop met een hoofdletter.
Hoop in de zin van uitzicht en vertrouwen.


Maar op U, HEERE, hoop ik; U zult verhoren, Heere, mijn God!
Ps. 38:16


Want U bent mijn hoop, Heere HEERE, mijn vertrouwen vanaf mijn jeugd.
Ps. 71:5


Maar op U, Heere, vertrouw ik!
Want U bent mijn uitzicht!
Niets geen onzekerheid, maar een zeker weten dat Hij voor ons zorgt en dat Hij ons niet in de steek zal laten.
En van die Hoop mogen we ook getuigen; of liever gezegd zouden we moeten getuigen.
Steeds opnieuw.


… en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en eerbied.
1 Petr.3:15


… en van de Heere Jezus Christus, onze hoop.
1 Tim. 1:1


Onze Hoop is de Here Jezus Zelf.
Door Hem is er uitzicht.
Door Hem is er eeuwig leven.
Van Hem mogen, ja, zouden we moeten getuigen.
Laten we ons verblijden in die Hoop, want het is een Hoop die zeker is; een Hoop die, zoals Max Lucado zegt, onze stoutste verwachtingen overtreft.


Moge de God die onze hoop is, u vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven, zodat u overvloeit van hoop, door de kracht van de heilige Geest.

Romeinen 15:13
WB






Mijn hoop is op U, Heer;
ja, op U is mijn vertrouwen.
U bent het die mij uitzicht biedt;
Degene op wie ik kan bouwen.


U bent de vaste grond onder mijn voeten;
ja, de hoop van mijn bestaan.
U bent mijn vaste zekerheid,
op U kan ik altijd aan.


Betrouwbaar zijn Uw woorden;
ja, Uw beloften komt U na.
U bent de Schepper van hemel en aarde,
Die mij in liefde gadeslaat.


Ja, Heer, U bent mijn hoop;
op U is mijn vertrouwen.


©Rita Klapwijk

zondag 4 december 2011

Week 49 - Zeg niet: 'ik ben maar ...'

Wij mensen hebben vaak de neiging om op te kijken naar anderen.
Naar hun functie, hun status, hun geld …, en we voelen ons dan heel vaak de mindere, of minderwaardig en we halen onszelf al gauw naar beneden met minderwaardige uitspraken over onszelf.
Ook als christen doen we dit vaak.
We kijken op tegen de grote sprekers, de grote gebedsgenezers.
We kijken op tegen hen die met kracht en verve het woord van God verkondigen.
We kijken op tegen hen die over de hele wereld gaan en zalen vol mensen trekken.
We kijken op tegen de grote aanbiddingsleiders van deze tijd.
Zelfs in onze eigen gemeente zijn er zelfs vaak wel mensen waar we tegenop kijken en bij wie we ons klein en misschien ook wel minderwaardig voelen.
We kijken op tegen …
Vul zelf maar in.
Maar weet je, voor God is iedereen belangrijk.
We hebben elkaar allemaal heel hard nodig.
Misschien zeg jij wel: ‘Och, ik ben maar …’.
Zeg dat toch niet!
Je bent niet ‘MAAR…’; je bent in dienst van Hem, de Allerhoogste en jouw aandeel in Zijn koninkrijk is net zo belangrijk als dat van ieder ander.
Waren de twee muntjes van de weduwe niet de grootste gift?
Het lichaam bestaat uit vele delen, maar geen enkel deel kan tegen de ander zeggen: ik heb je niet nodig.
Als heel het lichaam oog zou zijn, hoe zou het kunnen horen?
En als heel het lichaam oor zou zijn, hoe zou het kunnen zien?
 

Lees maar in >> 1 Korinthe 12:12-31





Zeg niet: ‘ik ben maar …,’
alsof je niet van waarde bent.
Je bent de kostbare parel,
door de Allerhoogste gekend.


Zeg niet: ‘ik ben maar …,’
alsof je niemand bent.
Zijn ogen zijn jou gericht;
geen enkel ogenblik zijn ze van jou afgewend.


Zeg niet: ‘ik ben maar …,’
alsof je voor niemand tot betekenis bent.
Hij ziet het kleinste wat je doet of hebt gedaan;
alles, ja, echt alles, is bij Hem bekend.


Zeg niet: ‘ik ben maar...,’
haal toch jezelf niet zo naar beneden.
Je bent duur gekocht en betaald,
voor jou heeft Hij zo geleden.


Zeg niet: ‘ik ben maar …,’
je bent immers een Koningskind!
Waardevol en hoogschat,
door de Vader zeer bemind.


Zeg niet: ‘ik ben maar …,’
alsof  je niets kan.
Ook voor jouw leven
heeft Hij Zijn plan.


©Rita Klapwijk

zondag 27 november 2011

Week 48 - Mijn leven is in Zijn hand

Geloof je dat, leef je van daaruit of twijfel je daar wel eens aan?
Ik bedoel, het is makkelijk gezegd: ‘Mijn leven is in Zijn hand’; maar als er moeite, pijn of verdriet op je weg komt, zeg je het dan nog of komt er dan toch iets van twijfel boven?
Als je zekerheden wegvallen, je baan of je gezondheid, zeg je het dan nog zo makkelijk: ‘Mijn leven is in Zijn hand?’
Ik weet niet hoe het met jou is, maar als ik terugkijk in mijn leven, dan zijn er vele momenten geweest dat ik het naar boven uitriep: ‘Ziet U het dan niet? Doet het U niets? Help, Here, ik verga!’
Ik heb geworsteld en gestreden, ik heb gehuild en het uitgeschreeuwd, ik heb het zo vaak zelf geprobeerd.
Ik ben bang geweest, onzeker, soms tot wanhoop gedreven.
En toch …
En toch; ik kwam er steeds weer achter, steeds opnieuw in welke situatie dan ook, wat er ook gebeurde, hoe onzeker alles ook was, hoeveel verdriet of pijn er ook was: Mijn leven is in Zijn hand!
Juist door de diepe dalen van het leven heen leer ik dat mijn leven geborgen is in Zijn hand.
Want juist dan, als ik er voor open sta, ervaar ik Zijn trouw, Zijn liefde, Zijn leiding het meest.
Juist op die momenten, als ik het zelf niet meer weet en het vechten opgeef, kan Hij laten zien hoeveel Hij van mij houdt en dat Hij mij wil leiden.
Zodra ik mijn leven afleg en zeg: ‘Heer, ik kan niet meer, hier ben ik, hier is alles,’ neemt hij het op in Zijn liefdevolle Vaderhanden en volvoert Zijn eeuwige plan.


…, en niemand kan iets uit Zijn hand roven.

Johannes 10:29b





Ga maar vol vertrouwen
aan Vaders hand.
Loop de weg maar,
die Hij wijst.
Wees niet bang,
Hij houdt je vast.
Je bent veilig in Zijn hand.


Ga maar vol vertrouwen
aan Vaders hand.
Hij houdt van jou,
zo onnoemelijk veel.
Het beste heeft Hij
met je voor.
Je bent veilig in Zijn hand.


Ga maar vol vertrouwen
aan Vaders hand.
Vertrouw je leven
maar aan Hem toe.
Wees niet bang,
Hij zal voor je zorgen.
Je bent veilig in Zijn hand.


©Rita Klapwijk

zondag 20 november 2011

Week 47 - Je bent geliefd

Wat is onze God een onvoorstelbaar groot en liefdevol God.
Wat is Zijn trouw groot.
Wat is Zijn liefde groot.
Wat is Zijn geduld groot.
Wat is Zijn vergeving groot.
Wat is Zijn …. vul zelf maar in, groot.

Soms heb je geen zin om te doen wat Hij van je vraagt, doe je net alsof je Hem niet hoort en je verstopt je.
En Hij?
Wordt Hij boos en keert Hij je de rug toe?
Nee, Hij zoekt je; Hij roept je.


Wij hebben de zonde de wereld in gebracht  en daarmee een onoverbrugbare kloof veroorzaakt tussen God en ons.
Een kloof die wij zelf nooit kunnen overbruggen.
En Hij?
Hij kan het wel en hij heeft het ook gedaan.
Wij zondigen en Hij brengt het grootst denkbare offer, Zijn Zoon.
En dit alles zodat wij weer bij Hem kunnen komen, in Zijn nabijheid, in Zijn aanwezigheid.


De mens bedekte zich met vijgenbladen om zijn naaktheid te bedekken.
En Hij?
Hij staat klaar om je de mantel van gerechtigheid te geven.


Wij doen verkeerd en Hij?
Hij staat klaar om ons vol liefde in Zijn armen te sluiten, ons te vergeven en om ons te kleden met het mooiste kleed.


Als Hij dit alles voor ons doet, voor ons over heeft, hoe kunnen we dan nog twijfelen aan Zijn liefde?
Hoe kunnen we ons dan nog afvragen of we geliefd zijn?
 





Jij verstopt je,
Ik zoek.


Jij loopt weg,
Ik roep.


Jij verdwaalt,
Ik wijs de weg.


Jij zondigt,
Ik vergeef.


Jij bent verloren,
Ik red.


Jij sterft,
Ik geef je leven.


Mijn kind, Ik heb je lief.
Mijn kind, je bent geliefd!


©Rita Klapwijk

zondag 13 november 2011

Week 46 - Onze God is een heilig God

Al weleens eerder heb ik aangegeven dat ik niet altijd wat kan met de stukjes die in de agenda staan, soms komt dat door de vertaling, die mijn inziens heel anders is dan wat hij in het Engels schrijft en soms kan ik het gewoon niet Bijbels onderbouwen of terug vinden of schiet mijn inzicht te kort.
Dan neem ik de vrijmoedigheid om het hoofdonderwerp eruit te halen er daar over na te denken.
Zo ook deze keer.
Het woord waar het uiteindelijk deze keer om gaat is ‘Heilig’.
Max Lucado gebruikt het hier in de context dat alles wat God doet heilig is, mijn gedachten gaan naar God, Die Heilig is.

Wie zou U niet vrezen, Heere, en Uw Naam niet verheerlijken?
Immers, U alleen bent heilig.

Openbaring 15:4

Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig.
1 Petrus 1:15,16

Roem de HEERE, onze God; buig u neer voor de voetbank van Zijn voeten.
Heilig is Hij.

Psalm 99:5

Er is niemand zo heilig als de HEERE, want er is niemand buiten U, en er is geen rotssteen als onze God.
1 Samuel 2:2

Toen zei Jozua tegen het volk: U zult de HEERE niet kunnen dienen, want Hij is een heilig God, Hij is een na-ijverig God.
Hij zal uw overtreding en uw zonden niet vergeven.

Jozua 24:19

En ook in Leviticus staat het verschillende keren: … want Ik ben heilig!

God is een heilig God.
Heilig betekent verheven, onaantastbaar, onverbreekbaar, onkreukbaar, deugdzaam, onaanraakbaar, onaantastbaar, oprecht, zonder zonde, volmaakt.
Onze God is een heilig God en al is Jezus, die Zelf God is, mens geworden, het heeft niets veranderd aan de heiligheid van God.
God is in Jezus heel dicht bij de mens gekomen, maar er is niets veranderd aan Zijn heiligheid.


Tegenwoordig lijkt er soms steeds minder ontzag te zijn voor deze Heilige God.
Soms lijkt het wel alsof men Hem in de broekzak heeft.
De wijze waarop er soms over God gesproken wordt, is verre van ‘vol eerbied en heilig ontzag’.
Wanneer wordt Zijn heiligheid nog benadrukt?


Als ik lees in het Oude testament hoe de zonen van Aäron ter plekke dood vielen vanwege hun verkeerde handelingen bij het brengen van een offer; als ik denk aan de man die dood neerviel, terwijl hij de Ark des Verbonds tegen wilde houden toen die dreigde te vallen?
Kijk eens mee wat er staat in Exodus 33: 19-23.
Mozes wilde de heerlijkheid van God zien en God zei:
Ik zal al Mijn goedheid bij u voorbij laten komen, en in uw aanwezigheid zal Ik de Naam van de Heere uitroepen, maar Ik zal genadig zijn voor wie Ik genadig zal zijn, en Ik zal Mij ontfermen over wie Ik Mij ontfermen zal.
U zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.
Zie, hier is een plaats bij Mij , waar u op de rots moet gaan staan.
En dan zal het gebeuren, als Mijn heerlijkheid voorbijtrekt, dat Ik u in een kloof van de rots neer zal zetten en u met Mijn hand zal bedekken totdat Ik voorbijgegaan ben.
En zodra Ik Mijn hand wegneem, zult u Mij van achteren zien, maar Mijn aangezicht zal niet gezien worden.


Is dit een God met wie je een kopje thee kunt drinken en kan babbelen?
Is dit een God waarmee je een potje kunt knikkeren?
Ik geloof het niet.
Onze God is een Heilig God, een ontzagwekkende God.
En deze God, deze heilige God, buigt Zich naar de mens en komt hem in Zijn Zoon, Jezus Christus, tegemoet.
Maar ook Jezus, sprak en bad altijd vol eerbied en ontzag met Zijn Vader.


Ik weet niet hoe het met jou is, maar als ik deze woorden lees over Mozes’ ontmoeting met God; kijk naar hoe Jezus omging met Zijn Vader, dan buigen mijn hoofd en knieën zich als vanzelf voor zoveel heiligheid en mijn hart vult zich met diep ontzag voor deze heilige God.





Heilig bent U, Heer,
God Almachtig.
Heilig bent U, o God,
verheven, volmaakt en waarachtig.
Heilig bent U,
de Alpha en de Omega.
Degene, Die zowel aan het begin
als aan het einde staat.
Heilig bent U,
de Ik ben die Ik ben.
Heilig bent U,
de Enige Die ons allen
bij name kent.


Heilig, heilig, heilig bent U,
o God Almachtig.
Heilig, heilig, heilig bent U,
hoogverheven en waarachtig.


- Amen -


©Rita Klapwijk

zondag 6 november 2011

Week 45 - God houdt van je

Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten
of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg?
Zelfs al zou zij het vergeten,
Ik vergeet jou nooit.


Jesaja 49:15

In dit leven lopen we regelmatig aan tegen de onvolmaaktheid die met de zonde de wereld in kwam.
Niets in dit leven is meer volmaakt.
We beloven elkaar dingen, maar regelmatig kunnen we onze beloften niet nakomen.
We beloven elkaar voor altijd trouw, maar het aantal echtscheidingen rijzen de pan uit.
De kinderen uit deze gebroken gezinnen gaan er hierdoor vaak zelf al vanuit dat hun relatie ook stuk kan gaan en met deze houding stappen ze een relatie of een huwelijk in.
We zeggen van elkaar te houden, maar de liefde bekoelt aardig als de ander ons kwetst, pijn of verdriet doet.
De vele Tv-programma’s die ruzies proberen bij te leggen getuigen ervan hoe de onderlinge liefde, zelfs binnen gezinnen, geen gewoon iets is.
Onvoorwaardelijke liefde is in deze huidige wereld een kostbaar en kwetsbaar goed en geen vanzelfsprekendheid.


En toch is er één Vader die onvoorwaardelijk van Zijn kinderen houdt.
Die trouw is, al zijn Zijn kinderen ontrouw.
Die lief blijft hebben, al doen Zijn kinderen Hem nog zoveel pijn en verdriet.
Die blijft wachten met open armen als Zijn kinderen weglopen.
Die altijd Zijn beloften nakomt, al doen wij dat niet.
Die betrouwbaar is voor de volle 100 %.


Al zouden je vader of moeder je verlaten of vergeten, Hij, de hemelse Vader, zal je niet verlaten, noch vergeten.
Nooit.
Hij houdt van Zijn kinderen met een onvoorwaardelijke liefde.






Er is er Eén
Die onvoorwaardelijk van je houdt.
Die niet kijkt
naar wie je bent of waar je vandaan komt.
Er is er Eén
wiens liefde dieper en groter is
dan we ons ooit voor kunnen stellen.
Een liefde,
waarbij al het andere verstomd.


Er is er Eén
Die dagelijks wacht op jou,
om je te vertellen
hoeveel Hij van je houdt.
Er is er Eén
wiens hart verlangt
jou al Zijn liefde te geven.
Een liefde,
die leidt naar jouw behoud.


©Rita Klapwijk

zondag 30 oktober 2011

Week 44 - Een dagje vrij

Soms is het vroomste wat we kunnen doen een dag vrij nemen.
©Max Lucado


Soms zijn we zo verschrikkelijk druk met van alles en nog wat, dat we onszelf voorbij lopen.
Als we onszelf voorbij lopen, lopen we ook het risico God voorbij te lopen.
En als we God voorbij lopen, dan lopen we onze Bron voorbij.
Lopen we onze Bron voorbij, dan raken we vroeg of laat uitgeput en uitgeblust.


Zelfs in het werk wat we voor de Heer mogen doen, kunnen we Hem voorbij lopen.
We kunnen zo in beslag genomen worden door het werk wat voor Hem moet worden gedaan (volgens ons), dat er weinig tijd meer overblijft voor onszelf, ons gezin enz.
En we denken vaak ook nog dat we heel goed bezig zijn, want we doen het immers voor de Heer.
En toch …


Zou God het van ons vragen dat we onszelf voorbij lopen?
Dat we geen tijd meer hebben voor ons gezin, voor onze vrouw/man, kinderen, voor Hem?


Misschien is het inderdaad wel het vroomste wat we kunnen doen een dag vrij nemen.





De hele agenda stond vol gepland;
geen gaatje was er over.
Elke minuut was kostbaar
en werd daarom zorgvuldig benut.


Zo ging het maar door,
dag in en dag uit
en langzaam maar zeker
raakte je uitgeput.


Geen dag nam je vrij;
het werk moest immers door.
Niemand kon het zo goed als jij,
er was gewoon geen andere keus.


Toen kwam die dag,
de koek was op.
Te laat kreeg je het door,
de gevolgen zijn desastreus.


Ach, had je maar de juiste prioriteiten gesteld,
eens een dagje vrij genomen van het werk.
dan was je nu niet opgebrand,
maar fit, kwiek en sterk.


Rustte zelfs God niet van Zijn werk,
stelde Hij niet momenten in van rust?
Zijn wij meer of sterker soms dan Hem,
of zijn we ons van onze beperkingen bewust?


Wees ijverig;
dien de Heer met vreugde,
maar ga niet aan Hem voorbij.
Vergeet niet wat Hij je heeft gegeven;
draag zorg voor jezelf en die je toebehoren.
Geniet;
neem eens een dagje vrij.


©Rita Klapwijk

zondag 23 oktober 2011

Week 43 - Ik ben altijd bij je

En zie, Ik ben met u, al de dagen tot de voleinding van de wereld.
Amen.

Mattheüs 28:20

Als kind van God gaan we geen enkele dag van ons leven, alleen door dit leven.
De Here Jezus heeft het ons beloofd dat Hij met ons zal zijn, iedere dag, tot het einde van de wereld daar is.
Wat een geweldige belofte geeft Hij ons voordat Hij teruggaat naar Zijn Vader.
En zie, Ik ben met je al de dagen!
Wat er ook gebeurt, waar we ook door heen gaan, hoe moeilijk of verdrietig ook; Hij is altijd bij ons, iedere dag van ons leven.

Ons gevoel kan ons vertellen dat Hij niet bij ons is, maar dat wil niet zeggen dat Hij er niet is.
Gevoelens kunnen bedriegelijk zijn en misleiden.
Gods woord is waarheid en Zijn waarheid moeten we aannemen.
Onze zonden kunnen een blokkade vormen tussen God en ons.
Maar als wij echter onze zonden belijden, dan is God zo getrouw om ons te vergeven.
(1 Johannes 1:9)
En zo is de weg tussen God en ons weer open.

Wat een geweldige belofte, wat een geweldig woord voor de komende week, maar eigenlijk voor de rest van ons leven.
Met deze belofte van de Here Jezus mogen we verder leven, iedere dag.


Als vanzelf gaan dan ook mijn gedachten naar Psalm 139. (vers 1-5)
Heer, U doorgrond me, U kent me.
U ziet of ik nu zit of sta.
U verstaat mijn gedachten al van verre.
U slaat mij gade of ik nu rust of werk.
Wat ik ook doe; het is U vertrouwd.
Voor er een woord over mijn lippen komt.
weet U al, Heer, wat ik denk.
U bent om me heen,
U bent voor me en achter me,
en Uw hand ligt op mijn schouder.


De woorden zijn me zo vertrouwd en zo dierbaar.
Hij ziet mij, en wat ik ook doe, Hij is er bij; Zijn hand rust op mijn schouder.
En zachtjes klinkt ook in mijn binnenste: 'Ik laat jullie immers niet als wezen achter.'

(Johannes 14:18)

Ja, Hij is met mij, al de dagen van mijn leven tot aan de voleinding van de wereld.





Ik ben met je
al de dagen van je leven.
Waar je weg ook henen gaat,
wat er ook gebeurt;
je bent nooit alleen.
Ik ben bij je,
Ik zal je niet begeven.


Ik ben bij je, geloof Mij,
vertrouw op Mijn Woord.
Je bent Mij zo dierbaar,
zo kostbaar.
Al laten anderen je in de steek,
Ik zal je niet verlaten,
Ik zorg voor wat Mij toebehoort.


©Rita Klapwijk

zondag 16 oktober 2011

Week 42 - Geven of onthouden

God onthoudt ons datgene wat we begeren om ons te kunnen geven wat we nodig hebben.
©Max Lucado

Een citaat of een enkele zin ergens uit is niet altijd even handig, want het kan een totaal verkeerd beeld opleveren van wat de schrijver/schrijfster voor ogen heeft.
Dat geldt niet alleen voor Bijbelteksten maar ook voor andere dingen.
Ik ken het boek (Je bent geliefd) waar dit citaat uitkomt niet, dus ik weet ook de context niet waarin het geschreven is, maar zoals het er nu staat, zou dat betekenen dat alles wat we begeren niet zullen ontvangen van God, omdat Hij ons alleen datgene wil geven wat we nodig hebben.
Het enige wat ik van dit boekje weet, is dat het geschreven is aan de hand van  1 Korinthe 13 en als ik vanuit dit hoofdstuk uit de Bijbel naar deze zin kijk, dan verandert er wel wat.


Want, laten we eerlijk zijn, we geven onze kinderen (als we die hebben) ook niet alles waar zij naar verlangen, hoe graag zij het ook willen hebben.
En wijzelf kregen ongetwijfeld ook niet alles van onze ouders waar we om vroegen en dan niet alleen omdat er misschien geen geld voor was, maar ook omdat het gewoon niet goed voor ons was.
Als ouders heb je het beste met je kinderen voor en daarom geef je ze niet alles waar ze om vragen, want als ouders weten we dat sommige dingen gewoon niet goed voor ze ziijn.
Als ouders kijk je verder vooruit, probeer je het in het geheel te zien, de gevolgen, misschien zelfs gebaseerd op eigen ervaringen etc. en daar vanuit geef je, of onthoudt je je kinderen, wat zij graag willen.
Zelf zien ze dat niet zo, ervaren ze dat niet zo.
In hun gedachten, die voortkomen uit hun verlangen om hetgeen ze willen, zullen ze pas echt gelukkig zijn als zij ontvangen wat zij ‘begeren’.
‘Rot papa, rot mama, zie je wel, ze houden niet van me; als zij van me hielden dan kreeg ik dat wel.’
Maar juist omdat we van onze kinderen houden, onthouden we hen soms bepaalde dingen.
Misschien herken je dit wel: ‘mam, ik heb echt nieuwe kleren nodig, ik heb helemaal niets meer om aan te trekken’ en de grond ligt bezaaid met kleding.
‘Mam, ik heb barstende honger. ‘
‘Neem maar een boterham, schat.’
‘Nee, daar heb ik geen zin in, mag ik chips?’


En zo is het ook met God.
God geeft ons ook niet alles waar we om vragen, simpelweg omdat niet alles goed voor ons is , omdat we niet alles nodig hebben.
Soms onthoudt God ons dingen juist omdat Hij van ons houdt.
Nee, net als onze kinderen er soms niets van begrijpen, begrijpen wij het ook niet altijd.
Maar God overziet het geheel; Hij overziet het hele plaatje en Hij weet wat we op zo’n moment echt nodig hebben en dat wil Hij ons geven.
Soms zien we dat achteraf hoe goed het was dat we op een bepaald momnet niet kregen waar we God om vroegen, soms ook niet.
Maar van één ding kunnen we zeker zijn: God heeft het beste met ons voor.


Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE.
Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven.


Jeremia 29:11





God heeft het beste
met Zijn kinderen voor;
hoop en toekomst
is wat Hij
hen wil geven.


Als Hij ons echter
iets onthoudt, dan is dat,
omdat Hij weet
wat het beste is
voor hun leven.


Laat daarom
Zijn woorden en gedachten
met ons leven raken verweven;
want Zijn gedachten zijn ver
boven die van ons verheven.


©Rita Klapwijk

zondag 9 oktober 2011

Week 41 - Rijk, en toch arm; arm, en toch rijk

Je kunt rijk zijn en alles kunnen kopen wat er op de wereld maar te koop is en tegelijkertijd arm.
Je kunt arm zijn, bijna geen brood op de plank en vol zorgen hoe je rond moet komen en tegelijkertijd rijk.
Arm is hij, die al zijn tijd en aandacht richt op het vergroten of vermeerderen van zijn geld en goederen.
Rijk is hij, die tijd en aandacht heeft voor zijn medemens en bouwt aan relaties.
Hij, die arm is, maar zich omringt weet door mensen die van hem houden is rijker dan hij, die rijk is en zich afvraagt of degenen die rondom hem staan nu van hem houden of van zijn geld.
Arm is hij, die zich schatten verzameld op aarde; hij zal altijd het risico lopen dat er iets gestolen wordt of iets mee gebeurt; en geen van zijn schatten zal hij met zich mee kunnen nemen als zijn einde is gekomen.
Rijk is hij, die zich schatten verzameld in de hemel, niets of niemand kan het daar aantasten of ontvreemden.
 
Arm en toch rijk, rijk en toch arm.
Het is allemaal makkelijk gezegd, maar soms zijn er bepaalde omstandigheden voor nodig om het werkelijk ook zo te beseffen.
En soms moeten we gewoon leren om op Hem te vertrouwen in alle omstandigheden, ook als het financieel onzeker wordt of is.
Soms moeten we gewoon ontdekken wat echte rijkdom eigenlijk is.


Lucas 12:13-21

Mattheüs 6: 19-21





Rijk,
en toch arm.
Arm,

en toch rijk.
Verzamelen,
schatten in de hemel
of schatten op de aarde.
Waar is mijn hart?
Wat heeft voor mij
de meeste waarde?


©Rita Klapwijk

zondag 2 oktober 2011

Week 40 - De juiste hartsgesteldheid

De verkeerden van hart zijn voor de HEERE een gruwel, maar de oprechten van weg zijn Hem welgevallig.

Spreuken 11:20

Toen ik het citaat las voor de komende week, schrok ik eigenlijk een beetje van wat er stond.
Ik begreep er helemaal niets van.


“Het juiste hart met de verkeerde geloofsbelijdenis is beter dan de juiste geloofsbelijdenis 
  met het verkeerde hart.”


Deze keer kon ik het echt helemaal niet volgen, dus ik ben op zoek gegaan op internet of er ook maar iets over geschreven was, want in mijn ogen klopte hier helemaal niets van en kon ik er dus ook helemaal niets mee.
Na enig speurwerk vond ik het volgende citaat van Max Lucado, waarvan ik vermoed dat dit citaat een vertaling moet zijn.


‘The right heart with the wrong ritual is better than the wrong heart with the right ritual.’
Of te wel:
‘Het juiste hart met het verkeerde ritueel is beter dan het verkeerde hart met het goede ritueel.’


In mijn ogen is dus de vertaling van die zin helemaal niet goed.
Een ritueel is geen geloofsbelijdenis, maar een vaste handeling die iets symboliseert, of een gewoonte of gebruik volgens bepaalde voorschriften of iets in die richting.
Kijk, dan verandert de betekenis van zo’n citaat geheel en dan kan ik het ook volgen.
En dan zeg ik, ja, het juiste hart is belangrijker dan het juiste ritueel.
Want God ziet het hart aan; Hij kijkt naar de oprechtheid van ons hart; of ons hart Hem toebehoort.
Met rituelen moeten wij er ook voor waken, dat het ritueel niet belangrijker is/wordt dan wat of waarom we het doen.
’s Morgens Stille Tijd houden kan een goede vaste gewoonte zijn, maar als we het alleen maar doen omdat het moet of omdat het nu eenmaal zo hoort, dan is het niet meer onze ontmoeting met God die het belangrijkste is.


Sommige godsdiensten staan bol van rituelen die gedaan moeten woorden of waar men zich aan te houden heeft om …
Dat is niet waar het bij God om draait.
Bij Hem gaat het maar om één ding: Wat leeft erin je hart;  vanuit welke hartsgesteldheid doe je de dingen die je doet.


Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.

Spreuken 4:23





Soms, Heer,
wil ik het allemaal
zo goed mogelijk doen.
Zo netjes mogelijk bidden,
met prachtige woorden;
of op het juiste moment
mijn handen omhoog
bij een lied.
En dan ineens
besef ik het weer;
het gaat U niet om
wat ik doe of zeg,
maar het is mijn hart
waarnaar U ziet.


©Rita Klapwijk

zondag 25 september 2011

Week 39 - God eren in je werk

God eert het werk; dus eert God in je werk.
©Max Lucado


God eren in je werk.
Mijn gedachten gaan alle kanten uit.
Ik moet denken aan onze gaven en talenten die een ieder van ons heeft ontvangen van God.
Ik moet denken aan de mogelijkheden die wel of niet binnen bereik liggen.
Ik moet denken aan de grote werkeloosheid van deze tijd.
Ik moet denken aan geld; is er genoeg om te studeren of niet.
Ik moet denken aan levensomstandigheden.
Het zou geweldig zijn als we allemaal de baan zouden hebben die we zo graag zouden willen hebben; het werk konden doen wat we geweldig vinden en waar we goed in zijn en nog voldoende zou opleveren ook om van te kunnen leven.
Dan zouden we God het beste eren in, met en door ons werk.
Zo zouden we de gaven en talenten die Hij ons gegeven heeft goed kunnen inzetten en gebruiken.
Helaas is dit voor velen geen realiteit.
Ik denk dat er veel mensen zijn die op dit moment werk hebben wat zij helemaal niet zo leuk vinden, waar zij geen voldoening in vinden of waar zij helemaal niet het gevoel in hebben iets te betekenen voor de samenleving of de wereld.
Werk, wat zij alleen maar doen om geld te verdienen en zo te kunnen voorzien in het onderhoud van henzelf en/of gezin en waarbij ze nu niet bepaald het idee hebben of krijgen dat zij God met dit werk eren.
En toch …
Toch geloof ik dat we God ook hierin kunnen en misschien wel ook moeten eren; simpelweg door de manier waarop we dit werk doen.
Huishoudelijk werk is niet altijd één van de leukste dingen om te doen, soms baal ik er echt van.
Weer die wc, weer die badkamer met al die haren, weer die eeuwig terugkerende was, weer …
En toch geloof ik dat God tegen mij zegt: Doe dit zo goed als je kan, want (ook) hiermee eer je  Mij.
Doe het zo goed als je kunt; met vreugde, omdat het voor mij is.
Misschien is dit wel de sleutel tot het eren van God in ons werk: beseffen dat alles wat we doen, we in wezen voor Hem doen.


De lieflijkheid van de Heere, onze God, zij over ons;
bevestig het werk van onze handen over ons,
ja, het werk van onze handen, bevestig dat.


Psalm 90:17





Heer,
laat mij bij alles
wat ik doe
voor ogen houden,
dat ik het
voor U verricht,
opdat zo
het werk
mijner handen
tot U komt
als een lofgedicht.


Bevestig mijn werk
en maak het tot een zegen Heer.
Zegen mijn werk
opdat het zij tot Uw glorie en eer.


©Rita Klapwijk

zondag 18 september 2011

Week 38 - De liefde van God

En hierin is Gods liefde ons geopenbaard:
God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden,
opdat we door hem zouden leven.
1 Johannes 4:9

God is liefde en Hij biedt ons Zijn liefde aan.
Echte, onvoorwaardelijke liefde.
Geen wispelturige liefde; geen liefde die onderhevig is aan stemmingswisselingen, geen liefde die langzaam afneemt of afhankelijk is van allerlei dingen.
Geen liefde die eisen stelt of wilt dat je aan allerlei verwachtingen moet voldoen.
Gods liefde voor ons mensen is echt en puur, onvoorwaardelijk, diep en intens.
Een liefde die het goede met ons voor heeft.
Het grootste bewijs van Zijn liefde vinden we in Zijn geschenk aan ons: Zijn Zoon, Jezus Christus.
God houdt zoveel van ons, dat Hij Zijn enige Zoon naar de aarde heeft gezonden opdat wij zouden leven.
De zondeval veroorzaakte een diepe en voor ons mensen een onoverbrugbare kloof tussen God en ons en niemand van ons kon die kloof overbruggen, alleen Iemand die zonder zonde was.
En zo zond God Zijn Zoon om de brug te worden tussen Hem en ons; zoveel houdt Hij van ons!

Aan het kruis op Golgotha nam Jezus al onze zonden op Zich; daar droeg Hij de straf die wij hadden verdiend.
Daar stierf Hij voor onze zonden en ongerechtigheden; Hij werd opgewekt uit de dood en ging terug naar Zijn Vader in de hemel, waar Hij voor een ieder die in Hem gelooft een plaats aan het bereiden is.


Verlang je naar echte, onvoorwaardelijke liefde?
Ga dan naar het kruis waar Jezus stierf voor al je zonden.
Leg daar alles neer wat tussen jou en God instaat en ontvang een nieuw leven.
Een leven in liefde.






Wat zou Hij nog meer kunnen doen?
Wat zou Hij je nog meer kunnen bieden?
Hoe zou Hij je nog meer kunnen tonen,
de liefde die Hij heeft voor jou?


Wat zou Hij nog meer kunnen zeggen?
Wat zou Hij je nog meer kunnen geven?
Hoe zou Hij je nog meer kunnen laten zien,
hoeveel Hij van je houdt?


Hij gaf 
wat Hem het dierbaarst
en kostbaarst was;
Hij gaf Zijn Zoon.
In Jezus is al Zijn liefde zichtbaar,
In en door Hem voert Zijn liefde
de boventoon.


©Rita Klapwijk

zondag 11 september 2011

Week 37 - Wat gij niet wilt wat u geschiedt ...

Hoe gaan we met andere mensen om?
Jezus zegt tegen ons dat we andere mensen net zo moeten behandelen als wij door hen behandeld willen worden (Mattheüs 7:12), maar leven we daar ook naar?
Is dat ergens in onze gedachten aanwezig als wij met anderen omgaan, met hen optrekken?
Als we gezellig samen zijn is dat misschien nog niet zo’n probleem, maar wat als een ander iets vervelends zegt of doet; hoe gaan wij daar mee om?
Hoe reageren wij daarop?
Als we maar met één of twee boodschapjes in de rij bij de kassa staan, dan zouden we het fijn vinden als iemand ons voor laat, maar …  doen we dat zelf ook?
We vinden het fijn als mensen vriendelijk tegen ons zijn, ons gedag zeggen, maar … zijn wij dat ook, is dat ook wat wij doen?
Het is fijn als iemand de deur voor je openhoudt en niet voor je neus dicht laat vallen, maar … letten we daar zelf ook op?
Als we ziek zijn, zouden we het fijn vinden als er iemand op bezoek komt, of dat we een kaartje krijgen, maar … gaan wij ook op bezoek, denken wij er ook aan om een kaartje te sturen?
Als wijzelf iets verkeerds hebben gedaan en we vragen om vergeving, dan willen we ook graag vergeven worden, maar … vergeven we zelf ook?

Zomaar wat vragen, zomaar wat gedachten.
Het gaat nog veel verder en soms ook veel dieper.
Vaak echter zijn we meer bezig met hoe wij behandeld worden dan hoe wij met anderen omgaan.
We zien eerder wat mensen verkeerd doen naar ons dan wij naar hen.
‘Ja, maar hij zei dit; zij deed dat …’
En wij?

Nee, makkelijk is het niet; het valt niet mee om je van dit gebod van de Here Jezus steeds bewust te zijn, vooral niet als je slecht heb geslapen, of hoofdpijn heb of de kinderen zijn de hele dag al vervelend, of …
Het vereist een verandering van ons denken, van ons innerlijk en Jezus wil ons daarbij helpen door de kracht van Zijn Geest in ons.
Hij was en is ons voorbeeld, daarom is het ook zo belangrijk om heel dicht bij en met Hem te leven.
Goed voorbeeld doet goed volgen.


Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.
Dit is het eerste en het grote gebod.
En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.

Mattheüs 22:37-40





Heer,
vergeef mij,
dat ik Uw gebod
om de ander
lief te hebben 
als mijzelf,
zo makkelijk vergeet
en vaak slechts
alleen
zie en denk,
wat een ander
mij aan deed.


Leer mij,
o Heer,
zo met anderen
om te gaan,
zoals ik dat zo graag
naar mijzelf toe
zou zien.
En doe mij
daarin beseffen
dat ik U,
op die wijze,
het allerbeste
dien.


©Rita Klapwijk

zondag 4 september 2011

Week 36 - Tot een bruikbaar werkstuk in Uw hand.

Het verhaal van de goudsmid.
Enkele vrouwen van een Bijbelstudiegroep lazen samen het boek Maleachi.
In hoofdstuk drie lazen ze over een goudsmid die het zilver reinigde.


Maleachi 3:2,3
Maar wie zal den dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt?
Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers.
En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij den HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid.


Ze vroegen zich af wat dit te betekenen had, juist ook als het gaat om het karakter van God.
Eén van de vrouwen zegde toe een Goudsmid op te zoeken.
Ze maakte een afspraak en ging bij een Goudsmid op bezoek, zonder precies uit te leggen waar ze voor kwam, wat ze wilde weten en waarom.

Ze vroeg hem hoe hij het zilver zuiverde en of ze erbij mocht kijken.
Terwijl ze toekeek legde hij uit dat het zilver op het heetste punt in het vuur moest
komen om alle onreinheden eruit te branden.

De vrouw dacht weer aan het Bijbelgedeelte en vroeg zich af of God ons daarom in de hitte van de beproeving brengt om ons leven te reinigen en te zuiveren.
Toen vroeg ze of de Goudsmid erbij moest blijven zitten tijdens het reinigingsproces.
"Ja", zei de man, "want ik moet er voortdurend mijn oog op houden, zodat het zilver niet te lang in de hitte is en verbrandt".
Toen vroeg de vrouw hoe hij het moment wist dat zilver geheel gereinigd was.
De Goudsmid antwoordde: "O, dat is eenvoudig, als ik mijn eigen beeld weerspiegeld zie in het zilver".


Het verhaal van de Pottenbakker >>Jeremia 18:1-6
Zie ook: >> Jesaja 64:7 en >>Romeinen 9:20-20,21


De pottenbakker en de klei; de goudsmid en het zilver.
Kneden en vormen, reinigen en zuiveren tot het volmaakte kunstwerk.
Door het vuur gelouterd, heilig en rein gemaakt.
Tot Zijn beeld en gelijkenis.
Door Hem gevormd tot een bruikbaar, vruchtbaar werktuig in Zijn hand.






Maak mij tot
een bruikbaar werkstuk
in Uw hand.


Zoals klei in de hand van de pottenbakker
en zilver in de handen van de goudsmid
beiden worden gevormd
tot hun uiteindelijke doel;
zo bid ik, Heer,
neem mijn leven
en laat het worden
zoals U het heeft
bedoeld.


Zuiver en reinig.
Kneed en vorm.
Louter en heilig.


Verander mij,
van binnenuit
naar buiten toe,
breng door Uw Geest
een verandering
in mij tot stand
en maak mij tot
een bruikbaar werkstuk
in Uw hand.


©Rita Klapwijk

zondag 28 augustus 2011

Week 35 - Liefdevol en vriendelijk, ook voor jezelf

Maar de mensen kwamen erachter en volgden Hem;
Hij ontving hen vriendelijk,
sprak hun over het koninkrijk van God
en maakte gezond wie genezing nodig had.

Lucas 9:11(WB Vert.)

Het paasfeest was ophanden.
Jezus wist dat zijn uur gekomen was:
nu zou Hij de wereld verlaten om naar de Vader te gaan.
Voorheen hield Hij al van degenen die Hem in de wereld toebehoorden, maar nu zou Hij hun zijn liefde betonen tot het uiterste.

Johannes 13:1(WB vert.)

Er zijn maar twee Bijbelvertalingen die het woord vriendelijk gebruiken bij Jezus;
de NBV en de WB vert., verder wordt het woord vriendelijkheid niet in één adem genoemd met de Here Jezus.
Toch geloof ik dat we kunnen zeggen dat de Here Jezus vriendelijk was voor een ieder die Hij ontmoette en ontmoet.
Als ik de evangeliën lees, dan was Hij er voor iedereen die Zijn hulp nodig had.
Hij nam de tijd voor mensen, sprak met hen, genas hen van hun ziekten en kwalen, luisterde naar hun verhalen.
Niemand wees Hij af.
Hij at met tollenaars en dronk water geput door een Samaritaanse vrouw.
Hij raakte melaatsen aan en nam de tijd om naar een Romeinse officier te luisteren.
Hij bemoedigde mensen en werd niet boos toen een bloedende vrouw Hem aanraakte om genezen te worden.
Hij gaf duizenden te eten en werd met innerlijke ontferming bewogen toen Hij een grote schare mensen zag.
Getuigen deze dingen niet van Zijn vriendelijkheid?
Hij beoordeelde niemand op wie zij waren, noch op wat zij hadden gedaan.
Noch op hun fouten, noch op hun tekortkomingen.
Hij was vriendelijk voor iedereen en reikte een ieder de hand tot vergeving en tot genezing.
Zijn liefde voor mensen ging hand in hand met vriendelijkheid.
Hij was vriendelijk voor ieder mens die Hij ontmoette, dus ook voor jou en mij.
Hij was vol liefde voor een ieder die bij Hem kwam, dus ook voor jou en mij.
Hij kent ons als niemand anders.
Al onze zwakheden, al onze geheimen.
Al onze zonden en ongerechtigheden, al onze tekortkomingen.
En nog zijn Zijn ogen vol liefde als Hij naar ons kijkt en is Zijn stem vriendelijk als Hij tot ons spreekt.

Waarom zijn we dan soms zo hard voor ons zelf?
Waarom zijn we dan ook niet wat vriendelijker, liefdevoller, vergevingsgezinder voor ons zelf?




                    
                    
                     In genade neemt Hij ons aan;
                     liefdevol vergeeft Hij,
                     wat wij hebben gedaan,
                     Hij werpt onze zonden
                     in de diepten der zee,
                     waarom lopen wij
                     er dan soms nog mee?
            

           



Heer,
U vergaf mij al mijn zonden,
reinigde mij,
waste mijn leven schoon.
U ontving mij vol liefde,
met een vriendelijk woord,
noemde mij Uw dochter,
Uw zoon.


En toch, lieve Heer,
hoe vaak klaag ik
mijzelf weer niet aan?
Kan ik mijzelf
zo moeilijk vergeven?
Terwijl U,
voor al mijn zonden
en ongerechtigheden,
Uw leven heeft gegeven.

In liefde ziet U mij aan,
terwijl ik over mijzelf,
soms hard en liefdeloos,
een oordeel vel.
Vergeef mij, Heer,
en breng ook
op dit terrein van mijn leven
genezing en herstel.


©Rita Klapwijk

zondag 21 augustus 2011

Week 34 - Genade is kenmerkend voor jou*

En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.
… En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade.

Johannes 1:14,16

Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was.
Filippenzen 2:5

Als ik het *citaat van Max Lucado lees en de tekst uit Filippenzen, dan moet ik denken aan de gelijkenis uit Mattheüs 19 (vers 21:35).
In deze gelijkenis gaat het over vergeven worden, maar niet zelf willen vergeven; over genade ontvangen, maar zelf geen genade willen betonen.
(En de gevolgen daarvan)
De dienstknecht in het verhaal was zoveel kwijtgescholden, maar zelf weigerde hij een ander zijn schuld kwijt te schelden.
En dat, terwijl die ander hem veel minder schuldig was dan wat hij schuldig was aan de koning.
Het was duidelijk niet tot hem doorgedrongen wat de koning had gedaan.
Het lijkt erop dat hij, nog voor hij het paleis uit was, was vergeten wat er was gebeurd.
De diepte, de waarde, de grootte van wat de koning had gedaan, wilde hij schijnbaar niet zien, laat staan zelf uitdragen.

En wij?
Beseffen wij wat God ons in Zijn genade heeft kwijtgescholden?
Zien wij de reikwijdte ervan, de diepte, de ongelooflijkheid?


Genade is een kenmerk van God, een karakteristieke eigenschap.
Zijn genade is zichtbaar geworden in het volbrachte werk van de Here Jezus.
De Here Jezus was vol van genade; de volheid van God woonde in Hem en Zijn leven hier op aarde weerspiegelde dat alles.

Paulus schrijft: ‘Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was.’
Jezus was vol van genade; laten wij daarom ook Zijn genade laten zien in ons leven en genade betonen.






Doe mij, Heer,
de diepte,
de reikwijdte
en de immense
betekenis
van Uw genade,
beseffen
en nooit
vergeten.


Laat mij
genadig zijn
zoals U mij
genadig was.


Opdat Uw liefde
door mij heen
zal spreken
en toont
Uw genadig
Vaderhart.


©Rita Klapwijk